In het letselschaderecht speelt de zogenoemde billijkheidscorrectie een belangrijke rol. Deze correctie zorgt ervoor dat de uiteindelijke schadeverdeling eerlijk blijft, ook als de standaardregels tot een onredelijke uitkomst leiden. Vooral bij verkeersongevallen en situaties waarin meerdere partijen schuld hebben aan een ongeval kan de billijkheidscorrectie doorslaggevend zijn.
Causaal verband
Wanneer iemand schade oploopt door toedoen van de onrechtmatige gedraging van een ander, kan het slachtoffer een schadevergoeding claimen. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is wel dat aangetoond wordt dat de ontstane schade het directe gevolg is van de onrechtmatige gedraging. Dit wordt het causaal verband genoemd. In sommige gevallen is er overduidelijk een causaal verband aanwezig. In andere gevallen kunnen er meerdere oorzaken aangewezen worden voor bepaalde opgetreden klachten na een ongeval. Zo is het mogelijk dat iemand bijvoorbeeld al klachten had voordat het ongeval plaatsvond.
Eigen schuld en de billijkheidscorrectie
De billijkheidscorrectie is een onderdeel van artikel 6:101 BW. Als de benadeelde van een ongeval de schade mede zelf heeft veroorzaakt, dan wordt de vergoedingsplicht verminderd met het gedeelte ‘eigen schuld’. Stel dat een automobilist voor 70% verantwoordelijk is en een fietser voor 30%, dan zou de automobilist in beginsel 70% van de schade moeten vergoeden. Dit wordt de proportionele aansprakelijkheidsverdeling genoemd.
Billijkheidscorrectie in verkeerszaken
Toch kan deze verdeling onredelijk uitpakken. De billijkheidscorrectie is een aanpassing van de vergoedingsplicht op grond van de redelijkheid. Zo kan de veroorzaker bijvoorbeeld een groter gedeelte van de schade betalen omdat dit volgens de rechter eerlijker is. Hierbij wordt gekeken naar alle omstandigheden van het geval zoals de ernst van de gemaakte fouten, de aard van het letsel en de mate van verwijtbaarheid.
Gestandaardiseerde billijkheidscorrectie
In verkeerszaken wordt de billijkheidscorrectie regelmatig toegepast om kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals fietsers en voetgangers, extra bescherming te bieden. Hierdoor kan een gemotoriseerde verkeersdeelnemer een groter deel van de schade vergoeden dan op basis van een causale verdeling voor de hand zou liggen. Op grond van de zogenoemde 50%-regel van de Hoge Raad heeft een volwassen fietser of voetganger die niet opzettelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld in beginsel recht op vergoeding van ten minste 50% van zijn schade, ook wanneer hem een aanzienlijk deel van de schuld aan het ongeval kan worden toegerekend. De billijkheidscorrectie zorgt er daarmee voor dat de uiteindelijke schadeverdeling beter aansluit bij wat in de gegeven omstandigheden als rechtvaardig wordt beschouwd.
Bij kinderen onder de 14 jaar geldt een zeer vergaande bescherming. In de wet is vastgelegd dat wanneer kinderen jonger dan 14 jaar betrokken raken bij een verkeersongeval met een motorvoertuig, de verzekeraar van het motorvoertuig de volledige schade moet betalen. Ofwel; de tegenpartij is voor 100% aansprakelijk. Dit is slechts anders in het uitzonderlijke geval dat er sprake was van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind.
Ferme Letselschade Advocaten
Heeft u ten gevolge van een (verkeers)ongeval schade geleden? Het is dan raadzaam om een gespecialiseerde letselschadeadvocaat in te schakelen die u kan informeren en bijstaan bij het claimen van de schadevergoeding waar u recht op heeft.
De gespecialiseerde advocaten van Ferme Letselschade Advocaten hebben jarenlange ervaring en staan landelijk slachtoffers bij. Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? Neemt u dan gerust contact met ons op.